Onze Lieve Vrouw Koningin Schoten

Plechtige Eerste Steenlegging.



Nieuwe kapel op Schooten - Koningshof


Zondag namiddag, had in het natuurschoone domein van Schooten-Koningshof, de pontificale eerste-steenlegging plaats van de nieuwe kapel, die aldaar opgericht wordt.

Om half drie, werd in de stichting "BethaniŽ", een plechtig Lof gezongen, door Mgr J. Vancauwenbergh, hulpbisschop van Mechelen.


Stoetsgewijze ging het daarna naar de in-opbouw zijnde kapel. De Hoogeerwaarde bisschop was voorafgegaan door de meisjes van "BethaniŽ", en de leerlingen van de Ste Ludgardisschool, en gevolgd van een talrijke groep belangstellenden.


Hij was bijgestaan door Eerw. Heer P. De Beukelaar, onder-pastoor te De Clinge, en diens broeder, F.P. De Beukelaar, van de Abdij van Averbode, en verder Z.E.H. Deken Lens, van Deurne; Z.E.H. Potters, pastoor te Schooten; E.H. Van Deun, onderpastoor; E.H. Henderiek, ceremoniemeester; E.P. Geerts, en E.H. Stuckens, van de stichting "BethaniŽ"; Z.E.H. Frencken, leider van den Eucharistischen Kruistocht in Nederland; E.H. E. De Beuckelaer, en den Eerw. Pater Bestuurder van de Benedictinessen, te Schootenhof.


Onder de genoodigden opgemerkt:


Mgr. Crets, Prelaat van Averbode; Z.E.P. Taeymans, bestuurder van het St. Michielscollege; heeren Van Cauwenb ergh, burgemeester te Schooten; schepenen De Crom en Praet, en de katholieke gemeenteraadsleden: heeren Vic De Beukelaar, C. Simons, Voets en Dietvorst, beheerders der maatschappij "Koningshof"; heer B. De Beukelaar-vader; heer en mevr. Aug. Van Cauwelaert; heeren Dr. Van HufTelen; K. Platteau, voorzitter van het A.C.V.W.; J. Meyer; Wijn, bouwmeester, en de gebroeders Dingemans, aannemers van het nieuwe kerkgebouw; mej. De Schutter, bestuurster van de Ludgardisschool-Antwerpen, en mej. Bruyninckx, bestuurster van de zusterinstelling te Merxem; Poppe, politiecommissaris te Schooten; leden van de Kerkfabriek, enz..

 
De wijding had plaats bij een malschen regen, die echter de aanwezigen niet kon afschrikken. Mgr. Van Cauwenbergh zegende eerst het houten kruis, in den grond geplant op de plaats voor het hoofdaltaar bestemd; en, na de liturgische gebeden en gezangen, keurig uitgevoerd door de meisjes van de stichting "BethaniŽ", wijdde hij ook den eersten steen, die onmiddellijk ingemetst werd.

 
Vervolgens ging Mgr langs de grondvesten, die op heel hunne lengte met wijwater besprenkeld werden, om tenslotte de neergeknielde menigte zijn bisschoppelijken zegen te schenken.


Na deze plechtigheid hield Mgr eene korte toespraak, waarin hij wees op de beteekenis van deze liturgische ceremonie, waarmede de H. Kerk het Gode toegewijde gebouw zegent. Onze stoffelijke kerkgebouwen zijn het zinnebeeld van den levenden tempel, gevormd door al de door Gods gratie geheiligde zielen, en waarvan Christus de hoeksteen vormt, die ze steunt, en allen samenbindt en samenhoudt.


Van uit deze nieuwgewijde ruimte zal eerlang lof en eerbetuiging ten hemel stijgen: moge dit een sterke hoop en troost wezen voor de ontwerpers en de ondersteuners dezer kapel. Mgr eindigde met de betuiging van lof en hulde aan O.L. Vrouw, Koningin van alle Heiligen, aan wie de kerk toegewijd wordt.


Daarna werd door de vooraanstaanden een stuk onderteekend, vermeldend den datum dezer plechtigheid en de stichters van de kapel, welk stuk in een looden koker geplaatst werd en daarna in den gewijden steen ingemetst. In den steen is een kruisje gebeiteld, waaronder de aanduiding van het jaartal: "Anno 1931" .


Eene hartelijke ontvangst in het Sint Ludgardishofken besloot deze schoone godsdienstige plechtigheid.


(Overgenomen uit "Gazet van Antwerpen" - 9 november 1931)